In de bouw schiet u materiaal en arbeid voor, vaak maanden voordat de laatste termijn binnenkomt. Lees hoe u opdrachtgevers en onderaannemers beoordeelt, termijnen en meerwerk goed regelt en wat u doet als een partij in de keten niet betaalt of omvalt.
Bouwbedrijven werken in een keten waarin bijna iedereen voorfinanciert. De installateur koopt materiaal in voordat hij factureert, de onderaannemer betaalt zijn mensen voordat de hoofdaannemer betaalt, en de hoofdaannemer wacht op de opdrachtgever. Als één schakel niet betaalt, voelen alle bouwbedrijven in de keten dat. Een stilgevallen project, een geschil over meerwerk of een faillissement van een partner kan een gezond bouwbedrijf in korte tijd in liquiditeitsproblemen brengen.
Op deze pagina leest u welke betalingsrisico’s typisch zijn voor de bouw, hoe u opdrachtgevers en onderaannemers beoordeelt, hoe u termijnen en meerwerk vastlegt, welke juridische middelen er in grote lijnen zijn en hoe de registers van STZB daarbij helpen.

Inhoudsopgave
Bouwbedrijven werken in een sector met een aantal kenmerken die het betalingsrisico groter maken dan in veel andere sectoren:
Rekenvoorbeeld: een bouwbedrijf voert een renovatie uit van € 240.000 met een verwachte marge van 7%, ofwel € 16.800. De opdrachtgever betaalt de laatste termijn van 10% niet. Dat is € 24.000: meer dan de complete winst op het project. Het bedrijf heeft dus geld toegelegd op een opdracht die op papier winstgevend was.

Het moment om betalingsrisico te beperken is vóór het tekenen van het contract. Daarna zit u vast aan een planning en is het lastig om nog zekerheden te vragen. Controleer bij elke nieuwe zakelijke opdrachtgever:
Bij een opdrachtgever zonder historie of met een zwakke positie zijn een aanbetaling, kortere termijnen of een bankgarantie redelijke voorwaarden. Een bonafide opdrachtgever met een gefinancierd project heeft daar meestal geen bezwaar tegen.
Kleinere bouwbedrijven slaan deze stap vaak over omdat er weinig tijd is tussen aanvraag en start. Juist voor hen kan één wanbetaler grote gevolgen hebben. Een kredietcheck kost een paar minuten; een onbetaalde eindtermijn kan maanden van werk kosten.
In onderaanneming lopen bouwbedrijven risico in twee richtingen, en veel bouwbedrijven zitten afwisselend in beide posities. Als onderaannemer bent u afhankelijk van de hoofdaannemer, die op zijn beurt afhankelijk is van de opdrachtgever. Als hoofdaannemer bent u afhankelijk van onderaannemers die moeten leveren, hun mensen moeten betalen en hun afdrachten moeten doen.
| Positie | Belangrijkste risico | Maatregel |
|---|---|---|
| Onderaannemer | Hoofdaannemer betaalt laat of niet, of schuift het risico van de opdrachtgever door | Kredietcheck op de hoofdaannemer, duidelijke betaaltermijn, geen open afhankelijkheid van betaling door de opdrachtgever zonder harde termijn |
| Hoofdaannemer | Onderaannemer gaat failliet tijdens het werk, of draagt loonheffingen niet af | Kredietcheck en monitoring van onderaannemers, controle van verklaringen, betaling naar voortgang |
| Beide | Geschil over kwaliteit of meerwerk blokkeert de hele betaling | Schriftelijke afspraken, opleverrapporten, deelbetaling van het onbetwiste deel |
Let als onderaannemer op clausules waarin de hoofdaannemer pas hoeft te betalen als hij zelf is betaald. Zulke bepalingen verschuiven het risico van de opdrachtgever naar u. Of en hoe ver zo’n clausule werkt, hangt af van de formulering en de omstandigheden; laat dat bij grote opdrachten beoordelen door een advocaat.
Een goed termijnschema zorgt ervoor dat de betalingen gelijk oplopen met het werk, en dat u nooit ver vooruit werkt zonder geld te ontvangen. Een voorbeeld van een schema voor een project van € 240.000:
| Termijn | Moment | Percentage | Bedrag |
|---|---|---|---|
| 1 | Bij opdracht (aanbetaling) | 15% | € 36.000 |
| 2 | Fundering of casco gereed | 25% | € 60.000 |
| 3 | Wind- en waterdicht | 25% | € 60.000 |
| 4 | Installaties en afbouw gereed | 25% | € 60.000 |
| 5 | Oplevering | 10% | € 24.000 |
Belangrijk is dat elke termijn aan een objectief vast te stellen mijlpaal hangt, zodat er geen discussie is of de termijn opeisbaar is. Factureer direct na het bereiken van een mijlpaal en wacht met de volgende fase als een termijn niet is betaald, voor zover uw contract dat toelaat.
Hoe kleiner de slottermijn, hoe kleiner het risico dat u na oplevering op een groot bedrag blijft wachten. Bouwbedrijven die de slottermijn hoog laten oplopen, of die werk blijven uitvoeren terwijl een eerdere termijn openstaat, geven de opdrachtgever onbedoeld veel onderhandelingsruimte.
Een goed contract is de basis, maar bij grotere projecten of onbekende opdrachtgevers is extra zekerheid verstandig. Bouwbedrijven hebben daarvoor verschillende mogelijkheden, die ook gecombineerd kunnen worden:
Veel bouwbedrijven vinden het lastig om zekerheid te vragen, uit angst de opdracht te verliezen. Formuleer het als standaardbeleid voor alle nieuwe opdrachtgevers boven een bepaald bedrag. Dan is het geen kwestie van wantrouwen, maar van professioneel werken.
Meerwerk ontstaat bij bijna elk project: de opdrachtgever wil iets extra’s, er blijkt een constructief probleem of de tekening klopt niet. Het geschil ontstaat meestal pas bij de factuur, als bouwbedrijven het werk al hebben uitgevoerd en het materiaal al hebben betaald. De opdrachtgever zegt dan dat het werk inbegrepen was of dat er nooit opdracht voor is gegeven.
De wet bepaalt in grote lijnen dat de aannemer de opdrachtgever tijdig moet wijzen op een noodzakelijke prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die zelf had moeten begrijpen (art. 7:755 Burgerlijk Wetboek Boek 7). In de praktijk betekent dit: leg meerwerk vast vóórdat u het uitvoert.
Een voorbeeldtekst voor een bevestiging per e-mail: “Zoals vandaag besproken voeren wij het volgende meerwerk uit: [omschrijving]. De kosten bedragen € [bedrag] exclusief btw. De oplevering schuift hierdoor [aantal] werkdagen op. Wilt u dit per e-mail bevestigen? Zonder bevestiging voeren wij dit werk niet uit.”
Blijft een termijn onbetaald, dan is snelheid belangrijk. Bouwbedrijven die doorwerken in de hoop dat de betaling vanzelf komt, vergroten hun eigen risico. Hoe langer u doorwerkt zonder betaling, hoe groter het bedrag dat op het spel staat. Een praktisch stappenplan:
Let op de verjaring: een vordering tot betaling verjaart in de regel na vijf jaar. Bij langlopende discussies stuit u de verjaring met een schriftelijke aanmaning waarin u ondubbelzinnig uw recht op betaling voorbehoudt. Lees meer over verjaring van een factuur.

Naast opschorting van uw werkzaamheden kent de wet het retentierecht (art. 3:290 Burgerlijk Wetboek Boek 3). Dat is in het algemeen de bevoegdheid om de afgifte van een zaak die u onder zich heeft op te schorten totdat de vordering wordt voldaan. In de bouw kan dat bijvoorbeeld spelen bij een bouwwerk dat nog niet is opgeleverd en waarvan de aannemer de feitelijke macht heeft, of bij materialen en onderdelen die in de werkplaats liggen.
Retentierecht en opschorting zijn voor bouwbedrijven sterke middelen, maar ook risicovol. Wie ze ten onrechte of disproportioneel inzet, kan zelf aansprakelijk worden voor de schade van de opdrachtgever. Een paar algemene uitgangspunten:
In de bouw geldt een regeling voor ketenaansprakelijkheid. In het algemeen houdt die in dat een aannemer aansprakelijk kan worden gesteld voor de loonheffingen en omzetbelasting die een onderaannemer niet afdraagt. Voor bouwbedrijven die met onderaannemers en ingeleende krachten werken, is dit een reëel financieel risico, los van de vraag of de onderaannemer zelf zijn facturen betaald krijgt.
De regeling kent mogelijkheden om dat risico te beperken, zoals betaling van een deel van de factuur op een geblokkeerde rekening van de onderaannemer (de G-rekening) en het bijhouden van een goede administratie. De precieze voorwaarden en uitzonderingen vindt u bij de Belastingdienst. Laat bij twijfel uw boekhouder of fiscalist meekijken.
Voor bouwbedrijven is het vanuit kredietrisico verstandig om onderaannemers net zo te beoordelen als opdrachtgevers. Een onderaannemer die bij leveranciers achterloopt, loopt ook eerder achter met afdrachten. Een kredietcheck vooraf en opname in de Bedrijfsmonitor tijdens het project geven u eerder zicht op problemen.
Een faillissement in de keten raakt bouwbedrijven op verschillende manieren. Gaat de opdrachtgever failliet, dan staat het werk stil en wordt uw openstaande vordering een vordering in de boedel. Gaat de hoofdaannemer failliet, dan blijft de onderaannemer achter met onbetaalde facturen en een opdrachtgever die niet zijn contractpartij is. Gaat een onderaannemer failliet, dan moet de hoofdaannemer het werk met een ander afmaken, vaak tegen hogere kosten.
Wilt u zelf het faillissement van een opdrachtgever die niet meer betaalt aanvragen, dan heeft u naast een opeisbare vordering minimaal één andere schuldeiser nodig. Via steunvordering zoeken brengt STZB u in contact met andere schuldeisers. Lees ook faillissement aanvragen en bestuurdersaansprakelijkheid.
STZB beheert sinds 2015 een register van zakelijke betalingsachterstanden. Deelnemers zijn onder meer leveranciers, dienstverleners en kredietverstrekkers. Voor bouwbedrijven sluiten de diensten aan op elke fase van een project:
Een melding over een betwist meerwerkgeschil is niet mogelijk. Los zo’n geschil eerst op, eventueel met hulp van een advocaat of een geschillencommissie.
Omdat bouwbedrijven vaak met dezelfde partijen werken, is het register ook in omgekeerde richting nuttig: uw melding helpt andere bouwbedrijven en leveranciers om een wanbetaler vroeg te herkennen, en u kunt zelf een steunvordering leveren voor een andere schuldeiser.

Lees voor een bredere aanpak van openstaande posten de pagina debiteurenbeheer.
Bouwbedrijven financieren materiaal en arbeid voor, werken met lange doorlooptijden en zijn afhankelijk van betaling door andere partijen in de keten.
Koppel elke termijn aan een objectief vast te stellen mijlpaal, begin met een aanbetaling en houd de slottermijn beperkt.
Leg meerwerk vóór uitvoering schriftelijk vast met omschrijving, prijs en planning, laat het bevestigen door een bevoegde persoon en factureer het direct.
Onder voorwaarden mag u uw prestatie opschorten. Doe dat schriftelijk en proportioneel en raadpleeg bij twijfel een advocaat.
Het recht om de afgifte van een zaak die u onder zich heeft op te schorten tot de vordering is voldaan (art. 3:290 BW). Gebruik het voorzichtig en laat u adviseren.
In het algemeen kan een aannemer aansprakelijk worden voor loonheffingen en omzetbelasting die een onderaannemer niet afdraagt. De voorwaarden staan bij de Belastingdienst.
Nee, alleen onbetwiste en opeisbare vorderingen kunnen worden gemeld. Het onbetwiste deel van een factuur kan wel in aanmerking komen.
U volgt opdrachtgevers en onderaannemers tijdens het project en krijgt een melding bij een nieuwe registratie bij STZB.
Meer grip op betalingen in uw projecten?
Meld uw bouwbedrijf aan als deelnemer van STZB en controleer opdrachtgevers en onderaannemers vóór de start.
Check opdrachtgevers en onderaannemers op achterstanden en volg ze tijdens het project met de Bedrijfsmonitor.
Of bel: 085 – 303 47 20
Werkdagen 09.00 – 17.00 uur