Een bv of nv die niet betaalt, schermt haar bestuurders in beginsel af. Toch kan een bestuurder in bepaalde gevallen persoonlijk aansprakelijk zijn. Lees welke routes er zijn, wat u als schuldeiser kunt doen en hoe u zich vooraf beschermt.
Bestuurdersaansprakelijkheid is de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder voor schade die de vennootschap of haar schuldeisers lijden. Uitgangspunt is dat een bv of nv zelf aansprakelijk is voor haar schulden en niet de mensen die haar besturen. Alleen als een bestuurder iets ernstig te verwijten valt, kan hij persoonlijk worden aangesproken.
Voor u als schuldeiser is het belangrijk om te weten wanneer die uitzondering zich voordoet. Op deze pagina leest u welke vier routes er zijn, wat de Beklamel-norm en selectieve betaling inhouden, welke rol de curator speelt en wat u zelf kunt doen. Ook leest u hoe u met een borgstelling voorkomt dat u afhankelijk bent van een moeilijke procedure.

Inhoudsopgave
Om bestuurdersaansprakelijkheid te begrijpen, begint u bij de rechtsvorm. Een besloten of naamloze vennootschap is een rechtspersoon met een eigen vermogen. Wie met een bv zaken doet, contracteert met de bv en niet met de bestuurder. Gaat de bv failliet, dan zijn haar schulden in beginsel niet de schulden van de bestuurder. Dat is de bedoeling van de rechtsvorm: ondernemers kunnen risico nemen zonder hun privévermogen op het spel te zetten.
Die bescherming is niet onbeperkt. De wet en de rechtspraak kennen situaties waarin een bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. De drempel is hoog: de rechter neemt aansprakelijkheid alleen aan als de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Een onverstandige zakelijke beslissing of slechte resultaten zijn daarvoor niet genoeg. Bestuurdersaansprakelijkheid is dus een uitzondering, geen standaardroute om een onbetaalde factuur alsnog te innen.
Let op: bij een eenmanszaak, vof of maatschap bestaat geen afscherming. De ondernemer of de vennoten zijn daar sowieso met hun privévermogen aansprakelijk. Bestuurdersaansprakelijkheid speelt dus vooral bij de bv en de nv, en ook bij stichtingen en verenigingen die een onderneming drijven.
| Route | Wie spreekt de bestuurder aan? | Kern |
|---|---|---|
| Art. 2:9 BW: onbehoorlijke taakvervulling | De vennootschap zelf (interne aansprakelijkheid) | De bestuurder heeft zijn taak ernstig verwijtbaar slecht vervuld. |
| Art. 2:248 BW: kennelijk onbehoorlijk bestuur | De curator, na faillissement | Onbehoorlijk bestuur is een belangrijke oorzaak van het faillissement. |
| Art. 6:162 BW: onrechtmatige daad | De individuele schuldeiser | De bestuurder heeft persoonlijk onrechtmatig gehandeld tegenover die schuldeiser. |
| Contractuele aansprakelijkheid | De schuldeiser met wie dat is afgesproken | De bestuurder heeft zich persoonlijk verbonden, bijvoorbeeld als borg. |
De wetsartikelen vindt u in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en Boek 6. Voor een schuldeiser zijn vooral de derde en de vierde route van bestuurdersaansprakelijkheid van direct belang. De eerste route loopt via de vennootschap en de tweede via de curator.

Elke bestuurder is tegenover de vennootschap gehouden zijn taak behoorlijk te vervullen. Doet hij dat ernstig verwijtbaar niet, dan kan de vennootschap hem aanspreken voor de schade. Denk aan het negeren van statutaire regels, het aangaan van grote risico’s zonder toestemming of het gebruiken van vennootschapsgeld voor privédoeleinden.
Deze vorm van bestuurdersaansprakelijkheid is intern: de vordering komt toe aan de vennootschap, niet aan u als schuldeiser. Na een faillissement kan de curator deze vordering namens de vennootschap instellen. Een eventuele opbrengst valt in de boedel en komt zo indirect ten goede aan alle schuldeisers.
Voor u als schuldeiser betekent dit vooral: als u aanwijzingen heeft van zulk gedrag, deel die dan met de curator. Interne bestuurdersaansprakelijkheid kan ook buiten faillissement spelen, bijvoorbeeld als aandeelhouders een vertrokken bestuurder aanspreken, maar daar heeft u als schuldeiser geen rol in.
De tweede route naar bestuurdersaansprakelijkheid loopt via de curator. Na een faillissement van een bv of nv kan de curator de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het tekort in de boedel als zij hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Het gaat om bestuur waarvan redelijk denkende bestuurders zouden zeggen dat het zo niet had gemogen.
De wet geeft de curator een belangrijk hulpmiddel. Heeft het bestuur de boekhoudplicht niet nageleefd of de jaarrekening niet op tijd gedeponeerd, dan staat vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. De bestuurder kan dat vermoeden weerleggen door aannemelijk te maken dat andere oorzaken het faillissement hebben veroorzaakt.
U kunt de curator wel helpen. Meld concrete feiten, zoals een ontbrekende administratie of het wegsluizen van activa vlak voor het faillissement. Lees de openbare faillissementsverslagen, waarin de curator vaak meldt of hij onderzoek doet naar bestuurdersaansprakelijkheid.
Een curator die bestuurdersaansprakelijkheid onderzoekt, heeft vaak weinig middelen in de boedel om een procedure te voeren. Het komt voor dat curatoren daarom een schikking treffen met de bestuurder. Uw informatie kan het verschil maken tussen een zwakke en een sterke positie van de curator.
De bekendste route naar bestuurdersaansprakelijkheid voor een individuele schuldeiser is de onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Een bestuurder handelt onrechtmatig tegenover een schuldeiser als hij namens de vennootschap een verplichting aangaat terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de vennootschap die niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade. Deze maatstaf heet naar een bekende zaak de Beklamel-norm.
Voorbeeld. Een bv bestelt in oktober voor € 40.000 aan materialen. De bestuurder weet op dat moment dat de bank het krediet heeft opgezegd, dat de loonbetaling van november niet rond is en dat er geen zicht is op nieuwe financiering. Toch plaatst hij de order. In november gaat de bv failliet en de leverancier wordt niet betaald. In zo’n situatie kan de leverancier de bestuurder persoonlijk aanspreken.
U moet als schuldeiser wel aantonen dat de bestuurder het wist of had moeten weten op het moment dat de verplichting werd aangegaan. Bewijs zoals e-mails, eerdere achterstanden bij andere leveranciers en de financiële positie op dat moment is daarbij beslissend. Een bestuurder die redelijkerwijs mocht verwachten dat het goed zou komen, is niet aansprakelijk. Bestuurdersaansprakelijkheid op deze grond is dus sterk afhankelijk van de feiten rond het moment van de order.
Een tweede vorm van onrechtmatig handelen betreft de situatie waarin de vennootschap wél middelen had, maar de bestuurder ervoor zorgde dat u niet werd betaald. Een bestuurder mag in beginsel zelf kiezen welke schuldeisers hij als eerste betaalt. Dat is op zichzelf niet onrechtmatig.
Het wordt anders als er bijzondere omstandigheden zijn. Voorbeelden:
Ook bij deze vorm van bestuurdersaansprakelijkheid is de toets of de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt treft. Daarnaast kan een bestuurder aansprakelijk zijn als hij instemt met een uitkering aan aandeelhouders terwijl hij wist of had moeten voorzien dat de vennootschap daarna niet kon blijven betalen (art. 2:216 BW).
Voor bepaalde belastingschulden geldt een aparte regeling van bestuurdersaansprakelijkheid. Kan een vennootschap loonheffingen of omzetbelasting niet betalen, dan moet zij dat tijdig melden bij de Belastingdienst. Dat heet de meldingsplicht betalingsonmacht. Doet de vennootschap dat niet, dan kan de Belastingdienst de bestuurder makkelijker persoonlijk aansprakelijk stellen.
Voor u als handelsschuldeiser is dit indirect van belang. Een bestuurder die betalingsonmacht meldt, geeft daarmee aan dat de vennootschap haar schulden niet meer kan betalen. Gaat hij daarna nog verplichtingen aan bij leveranciers, dan kan dat relevant zijn voor de vraag of hij wist dat de vennootschap niet zou kunnen nakomen. Of een melding is gedaan, is voor u meestal niet openbaar; het kan wel naar voren komen in een procedure of in het verslag van de curator.
Weeg de kosten af. Een procedure over bestuurdersaansprakelijkheid is bewerkelijk, en ook als u wint, moet de bestuurder privé verhaal bieden. Een advocaat kan inschatten hoe sterk uw bewijs is.

De zekerste manier om een bestuurder persoonlijk aan te spreken, is een afspraak vooraf. Met een borgtocht of een verklaring van hoofdelijke aansprakelijkheid verbindt de bestuurder of de directeur-grootaandeelhouder zich persoonlijk om te betalen als de vennootschap dat niet doet. U hoeft dan geen ernstig verwijt te bewijzen. Contractuele bestuurdersaansprakelijkheid is daarmee voor een leverancier de meest voorspelbare vorm.
Een borgstelling vragen ligt voor de hand bij:
Aandachtspunten: leg de borgtocht schriftelijk vast en laat de bestuurder persoonlijk tekenen, niet namens de bv. Noem het maximumbedrag en de looptijd. Is de bestuurder getrouwd of heeft hij een geregistreerd partnerschap, dan kan toestemming van de partner nodig zijn. Laat het document opstellen of controleren door een jurist.
Andere zekerheden, zoals eigendomsvoorbehoud, pandrecht of een bankgarantie, beschermen u zonder dat u afhankelijk bent van het privévermogen van de bestuurder. Combineer ze waar mogelijk.
Heeft u na overleg met uw advocaat besloten de bestuurder persoonlijk aan te spreken, dan begint dat meestal met een schriftelijke aansprakelijkstelling. Daarin legt u uit waarom u vindt dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is en welk bedrag u vordert. Een voorbeeld van de opbouw:
Aan: [naam bestuurder], [privéadres of adres volgens Handelsregister]
Betreft: aansprakelijkstelling inzake vordering op [naam bv]
Geachte heer, mevrouw,
Op [datum] heeft u namens [naam bv] bij ons een order geplaatst voor € [bedrag]. Deze order is geleverd en gefactureerd, maar niet betaald. Uit [omschrijving feiten, bijvoorbeeld: uw e-mail van (datum) en de openstaande vorderingen van andere leveranciers op dat moment] blijkt dat u bij het plaatsen van de order wist of had moeten begrijpen dat [naam bv] deze niet zou kunnen betalen.
Wij stellen u daarom persoonlijk aansprakelijk voor de schade die wij hierdoor lijden, op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Wij verzoeken u binnen 14 dagen na dagtekening het bedrag van € [bedrag] te voldoen of contact met ons op te nemen.
Houd de feiten in de brief concreet en controleerbaar. Vermijd beschuldigingen die u niet kunt onderbouwen. De bestuurder zal de brief vaak voorleggen aan zijn eigen advocaat of aan zijn aansprakelijkheidsverzekeraar, als hij een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering heeft. Een zakelijke, goed onderbouwde brief vergroot de kans op een serieuze reactie of een regeling.
Stuur de brief aangetekend en per e-mail, en bewaar het verzendbewijs. Zo kunt u later aantonen dat de bestuurder tijdig op de hoogte was van uw claim.
Zakelijke schuldeisers die herhaaldelijk worden benadeeld door dezelfde personen achter wisselende vennootschappen, kunnen de Fraudedatabank raadplegen en melden.

Een procedure over bestuurdersaansprakelijkheid is een laatste redmiddel. Veel beter is het om te voorkomen dat u ooit in die positie komt. Dat begint bij klantacceptatie en loopt door in het debiteurenbeheer:
Is het al misgegaan en is de vennootschap failliet, lees dan meer over het verloop van een faillissementsaanvraag en over de rol van de curator in de categorie faillissement.
Bestuurdersaansprakelijkheid is de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder voor schade van de vennootschap of haar schuldeisers, als hem een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.
Ja, via de onrechtmatige daad (art. 6:162 BW), bijvoorbeeld als hij een verplichting aanging terwijl hij wist dat de bv niet zou betalen. De drempel is hoog.
De regel dat een bestuurder onrechtmatig handelt als hij namens de vennootschap een verplichting aangaat terwijl hij wist of had moeten begrijpen dat de vennootschap die niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden.
In beginsel wel. Selectieve betaling kan onrechtmatig zijn bij bijzondere omstandigheden, zoals betaling aan zichzelf ten koste van andere schuldeisers.
Nee. Die vordering kan alleen de curator instellen, na een faillissement. U kunt de curator wel informeren.
Als het bestuur de boekhoudplicht niet heeft nageleefd of de jaarrekening niet op tijd heeft gedeponeerd. De bestuurder kan het vermoeden over de oorzaak van het faillissement weerleggen.
Vraag vooraf een borgstelling of hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder, of andere zekerheden zoals een bankgarantie of eigendomsvoorbehoud.
Nee. Bij een eenmanszaak of vof is de ondernemer of zijn de vennoten met hun privévermogen aansprakelijk voor de schulden.
Voorkom risico’s vóórdat u levert
Als deelnemer van STZB controleert u zakelijke klanten op bekende betalingsachterstanden en komt u in contact met andere schuldeisers.
Leg feiten vroeg vast en vraag bij verhoogd risico vooraf een borgstelling. Controleer klanten met een kredietcheck.
Of bel: 085 – 303 47 20
Werkdagen 09.00 – 17.00 uur